|
De voet bestaat uit een gedeelte langszijde en een gedeelte over de breedte van de voet. Beide delen worden door spieren gespannen en door banden en pezen recht gehouden. Zo wordt het lichaamsgewicht hoofdzakelijk over de drie punten: hiel, grote teengewricht (groteteen bal) en kleine teengewricht (kleineteen bal) gedragen.
|
spanning langszijde:
- voetzool pezen (Plantaraponeurose)
- lange zoolband (Aponeurosis plantaris)
- lange grotetenebuiger (M. flexor hallucis longus)
- korte voetspieren
|
spanning overdwars:
- scheenbeenspier achter (M. tibialis posterior)
- lange kuitbeenspier (M. peroneus longus)
Samen „pakken ze de middenvoet op" als in een stijgbeugel. Van binnen en buiten houden ze voetzool omhoog.
|
|
Werking van de voetzool
De voet is het eerste contact tussen mens en grond. Bij een gezonde voet in normale positie hebben de spieren langszijde en overdwars een belangrijke dempende functie. Het gehele lichaamsgewicht moet bij het gaan op één voet gedragen kunnen worden – tegelijkertijd moet druk op gewrichten zoals bijv. knie, heup en ruggewervels vermeden worden. Om dit te doen zakt de voetzool bij ieder stap een beetje in en wordt door aanspannen van de spieren weer opgebouwd.
|
Biomechanica bij fietsen
Omdat bij het fietsen niet dezelfde krachten werken als bij lopen, kan ook de dempingsfunctie van de voet uitgeschakeld worden. Het doorzakken van de voetzool vermoeid de voet echter, en dat heeft negatieve invloed op kracht op het pedaal. De overmatige beweging van de voet in een fietsschoen kan dan zenuw en bloedvaten problemen veroorzaken die die gekenmerkt worden door kriebel of gevoelloosheid.
|
|